Op 21 januari 2008 hield de heer De Leeuw een dialezing over o.a. Juf, een dorpje in het prachtige Zwitserland. Jammer genoeg was de opkomst matig met 19 personen, waarschijnlijk had dit mede te maken met het zeer regenachtige weer.
De heer De Leeuw neemt ons mee op zijn reizen (vier in totaal) naar dit indrukwekkende gebied in Zwitserland. Met de auto meer dan 1000 km vanaf zijn woonplaats naar het plaatsje Masein, waar ze overnachten in een oud kasteel, slot ‘Tagstein’. De muren van dit kasteel zijn op sommige plaatsen anderhalve meter dik. Leuk detail is, dat de gasten worden gevraagd de geraniums op hun balkon water te geven.... Vanuit dit slot gaan we met hem mee naar de omliggende dorpen en plaatsen. Op de wandelingen die gemaakt worden, komen we talloze dieren en zeldzame planten tegen. Door de kleinschalige landbouw en begroeiing komen er nog vlinders als de Koninginnepage en de Veldparelmoervlinder, voor. Veel planten zoals de ridderspoor worden daar veel hoger dan bij ons door de lage luchtvochtigheid. Dat is ook de reden dat de (hang)geraniums bij ons nooit zo mooi worden als daar.
We lopen langs velden met koekoeksbloemen, boterbloemen en klaprozen met op de achtergrond (besneeuwde) bergtoppen, een prachtig gezicht. Er komen boeren langs met koeien of geiten op weg naar lekker gras, soms puur kruidachtige planten, zoals vrouwenmantel. De koeien hebben nog vaak een bel om, nu om toeristische redenen, vroeger om de koeien te horen als het mistig was. We komen nog andere planten tegen, zoals alpenmargrieten en de grootste gentiaan van 1 meter hoog. Deze is geel van kleur! (Hier wordt het ‘gentiaanbitter’ van gemaakt). Ook de klokgentiaan komt hier voor, deze is wel blauw. Ook wordt er een dia getoond met daarop zoutminnende vlinders, een heel bijzonder gezicht, vooral als ze op lichaamszout afkomen en er vijf vlinders op een mensenhand zitten.
Via pittoreske dorpjes en plaatsen klimmen we steeds hoger, op weg naar Juf. Juf heeft nu nog zo’n 50 inwoners, voornamelijk boerenfamilies. Hier komen we andere planten tegen. Boven de boomgrens bloeit het alpenviooltje, bij de sneeuwgrens komen we de gletsjeranemoon en de sneeuwgentiaan tegen. De planten zijn helemaal aangepast aan de extreme omgeving waarin ze groeien, zo zie je bij sommige planten helemaal geen stengel, dan kunnen ze ook niet omwaaien. Terwijl bijvoorbeeld de sneeuwgentiaan een hele lange stengel heeft om boven de sneeuw uit te kunnen komen.
Een inwoonster van Juf vertelt dat een aantal planten helaas niet meer bestaan, sinds de toeristen kwamen. Zij staken zeldzame planten uit om mee te nemen naar huis, wat totaal nutteloos was, want die planten doen het bij ons toch niet. Hier komen we ook een bijzonder dier tegen, de alpenmarmot. Door een fluitend geluid te maken, waarschuwen ze elkaar voor bijvoorbeeld een steenarend. Weer in wat lagere gebieden zien we de wilde narcis, de ruige weegbree, zwarte rapunzel en gele morgenster. Deze laatste opent zich alleen ‘s morgens.
Ook hier weer een zeldzame vlinder, de Blauwe IJsvogel, die bij een bepaald soort wilg in de buurt blijft. Langs de weg zien we zomaar een nachtorchis, die nachtelijke insecten trekt en het venusschoentje, een zeldzame orchidee. Andere vlinders die nog voorbijkomen zijn de Grote Weerschijnvlinder (in het licht lijkt hij blauw), de St. Jansvlinder, de Spaanse Vlag en de Keizersmantel. Ook de Distelvlinder komen we tegen. Deze vlinder is ook in Nederland te zien. Dit is een trekvlinder die dus meer dan 1000 km kan overbruggen om in de zomer naar Nederland te trekken. Het is bijna niet te geloven dat zo’n teer beestje zo’n lange reis kan maken!
En zo komen we aan het eind van deze reis door het zuidoosten van Zwitserland. Het was een hele mooie avond over een schitterend land met een indrukwekkende natuur. Er werd boeiend verteld door een enthousiaste meneer De Leeuw. Misschien mogen we in de toekomst nog eens mee gaan op een van zijn reizen!.
Tjitske ten Broek